Friday, April 6, 2012

Leggingsrechten voor Vlaamse netbeheerders

Met een decreet van 16 maart 2012 houdende diverse bepalingen inzake energie worden aan de Vlaamse elektriciteitsnetbeheerders, aardgasdistributienetbeheerders en de beheerder van het plaatselijke vervoernet van elektriciteit bijzondere prerogatieven voor de aanleg en het onderhoud van hun netten toegekend. Daartoe worden in het Energiedecreet de artikelen 4.1.23 tot 4.1.28 ingevoerd.

Op grond van artikel 4.1.23 van het Energiedecreet worden aan deze netbeheerders bij wijze van erfdienstbaarheid bepaalde rechten in het kader van de aanleg en de uitbating van hun lijnen en leidingen toegekend. Deze rechten zijn een doorgangsrecht voor bovengrondse elektrische lijnen, een recht om boomtakken te snoeien voor bovengrondse elektrische lijnen en een recht om wortels in te korten voor ondergrondse elektrische lijnen en aardgasleidingen. Deze twee laatste rechten kunnen wel slechts uitgeoefend worden, wanneer degene die zeggenschap heeft over betrokken bomen en struiken in gebreke bljft om zelf tot kapping of inkorting over te gaan.

Ook kan de netbeheerder elektrische lijnen of aardgasleidingen aanleggen boven of onder private onbebouwde gronden, voor zover deze werken door de Vlaamse regering als van algemeen nut werden verklaard.

Daar tegenover staat dat de eigenaar, pachter, domeinbeheerder of houder van een zakelijk recht kan vorderen dat de ondergrondse lijnen of leidingen, de bovengrondse lijnen en de steunen die geplaatst zijn op een onbebouwde grond, op kosten van de netbeheerder worden weggenomen, verplaatst of aangepast, althans voor zover deze installaties de uitvoering van het recht van omheinen, afbreken, verbouwen, herstellen of bouwen zou hinderen.

Aan de netbeheerders wordt ook een onteigeningsrecht toegekend.

Ten aanzien van het openbaar domein wordt via artikel 4.1.28 van het Energiedecreet een recht van gebruik voor de aanleg en het onderhoud van aardgasleidingen en elektrische lijnen voorzien. Wel is daartoe in principe een domeintoelating van de domeinbeheerder vereist. Wanneer naast een domeintoelating ook een stedenbouwkundige vergunning vereist is, wordt voorzien in een geïntegreerde procedure in het kader van de stedenbouwkundige vergunningsaanvraag.

Dit recht wordt ook toegekend voor de aanleg van een directe lijn of leiding, van een gesloten distributienet of van een privédistributienet, althans wanneer het openbaar domein moet worden doorkruist.

Om redenen van algemeen belang kan de domeinbeheerder voorwaarden toevoegen of deze aanpassen, dan wel de wegname, verplaatsing of aanpassing van de aangebrachte installaties op kosten van de netbeheerder vorderen.

De voormelde regeling treedt in werking vanaf 1 juli 2012.

Wednesday, February 1, 2012

Houdt nieuwe regeling inzake minimumsteun voor groene stroom en WKK stand?

Met decreten van 6 mei 2011 en 8 juli 2011 werden wijzigingen aangebracht aan de bestaande regeling inzake mimumsteun voor de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen (artikel 7.1.6. Energiedecreet) en die is opgewekt in kwalitatieve warmtekrachtinstallaties (artikel 7.1.7. Energiedecreet). Daarbij werd onder meer de duur, de hoogte en het toepassingsgebied van deze minimumsteun aangepast.

De met deze decreten aangebrachte wijzigingen aan de artikelen 7.1.6. en 7.1.7. van het Energiedecreet werden met een beroep tot nietigverklaring aangevochten voor het Grondwettelijk Hof (zaak gekend onder rolnummer 5268).

Afwachten maar of deze nieuwe regeling de toets van het Grondwettelijk Hof doorstaat.

Mogelijk zet deze zaak de regelgever aan het denken om het bestaande systeem te herzien. Zoals bekend, maakt de steunregeling inzake groene stroom en WKK imers het voorwerp uit van een grondige evalutatie. Voor meer informatie: http://www.vreg.be/evaluatie-ondersteuning-groene-stroom-en-wkk.

Tuesday, January 31, 2012

Geen risico voor volksgezondheid wanneer conformiteitsattest voorligt

Na de kort gedingrechter te Brussel (zie ons bericht van 28 september 2011: http://nutsdiensten.blogspot.com/2011/09/gsm-antennes-en-mogelijk-risico-voor.html) is ook de Raad voor Vergunningsbetwistingen van mening dat een conformiteitsattest volstaat om de mogelijke risico's voor de volksgezondheid als gevolg van de straling van GSM-antennes weg te nemen.

In een arrest nr. S/2012/0008 van 17 januari 2012 heeft de Raad voor Vergunningsbetwistingen een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van een stedenbouwkundige vergunning voor het bouwen van een GSM-zendstation afgewezen wegens het ontbreken van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel in hoofde van de verzoeker. Daarbij werd het door de verzoeker aangevoerde risico voor de gezondheid afgewezen, nu de afgifte van een conformiteitsattest meebrengt dat voldaan is aan de toepasselijke reglementering, zoals opgenomen in VLAREM II. De Raad voor Vergunningsbetwistingen besluit hieruit dat aldus geoordeeld werd dat er geen mogelijke risico's zijn voor de gezondheid van de omwonenden.

Thursday, January 12, 2012

Federale wetgever zet eindelijk Derde Pakket-richtlijnen om

Ook de federale wetgever heeft de Richtlijn 2009/72 en de Richtlijn 2009/73 omgezet. Dit is gebeurd met een wet van 8 januari 2012 tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtge produkten en andere door middel van leidingen. Deze wet is verschenen in het Belgisch staatsblad van 11 januari 2012.

Deze wet (bestaande uit maar liefst 108 artikelen) brengt niet alleen ettelijke wijzigingen aan de bepalingen aan de Elektriciteitswet en de Gaswet aan, maar voert ook tal van nieuwe bepalingen en concepten in. Zo wordt een regeling inzake gesloten industriële netten ingevoerd. Ook wordt een controlemechanisme op de variabele energieprijs uitgewerkt. Een andere nieuwigheid is de toekenning van een onteigeningsrecht aan de transmissienetbeheerder.

Opvallend is dat in een apart hoofdstuk ook verplichtingen in hoofde van de leveranciers worden opgelegd op het vlak van hun facturatie. Deze regeling wordt niet ingevoegd in de Elektriciteits- of Gaswet zodat deze regeling op zichzelf staat.

Wednesday, September 28, 2011

GSM-antennes en mogelijk risico voor volksgezondheid: conformiteitsattest volstaat

In een kort gedingprocedure voor de Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel vroegen enkele buren een oprichtings- en exploitatieverbod van een GSM-zendstation dat vergund werd met een stedenbouwkundige vergunning.
Daartoe voerden de buren allerlei onwettigheidsexcepties aan tegen de verleende stedenbouwkundige vergunning. Zo werd onder meer geargumenteerd dat de stedenbouwkundige vergunning niet afdoende was gemotiveerd op het vlak van de beoordeling van de risico's voor de volksgezondheid, nu daarin louter verwezen werd naar de stralingsnormen opgenomen in VLAREM II en naar het feit dat de antennes slechts in exploitatie mogen genomen worden nadat een conformiteitsattest wordt bekomen. Hiermee verwijst de vergunningverlenende overheid naar de nieuwe reglementering die is opgenomen in VLAREM II bij besluit van 19 november 2010 van de Vlaamse regering tot wijziging van VLAREM II wat betreft de normering van vast en tijdelijk opgestelde zendantennes voor elektromagnetische golven tussen 10 MHz en 10 GHz.
In zijn beschikking van 2 september 2011 verwerpt de Voorzitter deze argumentatie als volgt: "Prima facie blijkt dan ook dat door een verwijzing in de stedenbouwkundige vergunning naar de wettelijke verplichtingen inzake zendantennes, opgenomen in het besluit van de Vlaamse regering van 19 november 2010, er wel degelijk rekening werd gehouden met de eventuele gezondheidsrisicico's."
Minstens impliciet kan hieruit afgeleid worden dat de kort gedingrechter een in concreto-beoordeling van de risico's voor de volksgezondheid niet meer nodig acht in het kader van de beoordeling van een stedenbouwkundige vergunningsaanvraag. In de rechtspraak van de Raad van State werd dergelijke beoordeling wel noodzakelijk geacht.
Daarenboven is de Voorzitter van oordeel dat de aanwezigheid van een conformiteitsattest, waaruit blijkt dat voldaan is aan de VLAREM II-normen, volstaat om te besluiten dat er geen risico voor de volksgezondheid is: "Prima facie dient dan ook te worden aangenomen dat bij gebrek aan betwisting omtrent de wettigheid van het conformiteitsattest de wettelijke beperkingen inzake straling (die ook niet in vraag worden gesteld in het kader van huidige procedure, en die bepaald werden in functie van het voorzorgsbeginsel) geëerbiedigd worden.
Prima facie wordt er dan ook geen dreigend risico voor de gezondheid van eisers en de andere omwonenden bewezen, waardoor een onmiddellijke maatregel zich zou opdringen."

Monday, August 22, 2011

Onteigening heeft de opname in het openbaar domein tot gevolg

In een arrest nr. 214.632 van 14 juli 2011 heeft de Raad van State zich uitgesproken over de wettigheid van een verplaatsingsbevel dat op grond van artikel 9 van de Gaswet van 12 april 1965 werd gegeven aan de eigenaar van een waterstofleiding.

Deze waterstofleiding was aangebracht op verschillende private eigendommen op grond van een conventionele erfdienstbaarheid. De private eigendommen werden onteigend door het Vlaamse gewest.

In het verplaatsingsbevel werd gesteld dat de waterstofleiding gelegen is op het openbaar domein van het Vlaamse gewest. De eigenaar van de waterstofleiding betwist dit en meent dat de conventionele erfdienstbaarheden dienen geëerbiedigd te worden.

De Raad van State verwerpt dit standpunt en stelt dienaangaande:

"Het hoort niet aan de Raad van State om zich over het al dan niet voortbestaan van die zakelijke rechten uit te spreken. Het al dan niet voortbestaan van de vóór de onteigening gevestigde conventionele erfdienstbaarheden, ontkracht ook niet, zoals wordt vastgesteld in de bestreden beslissing, dat de betrokken leiding gelegen is op het openbaar domein van het Vlaamse Gewest. De bij overeenkomst gevestigde erfdienstbaarheden hebben de volle eigendom van de lijdende erven immers niet aangetast. Door de onteigening van de dienstbare erven is de volle eigendom ervan overgedragen aan het Vlaamse Gewest. De verzoekende partij kan daarom niet op goede gronden poneren dat haar leiding "op eigen bodem" ligt. Het bestaan van conventionele erfdienstbaarheden, ongeacht of deze al dan niet verenigbaar zijn met de bestemming van openbaar nut die aan het onteigende goed gegeven wordt, verhindert de toepassing van artikel 9 van de gaswet niet."

Ook de Vlaamse decreetgever maakt werk van de omzetting van de Derde Pakket-richtlijnen

In het Belgisch Staatsblad van 16 augustus 2011 is het decreet van 8 juli 2011 houdende de wijziging van de wet van 10 maart 1925 op de elektriciteitsvoorziening en het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de omzetting van de Richtlijn 2009/72/EG en de Richtlijn 2009/73/EG verschenen.
Met dit decreet maakt de Vlaamse decreetgever werk van de omzetting van de Derde Pakket-richtlijnen.
De belangrijkste wijzigingen aan het Energiedecreet behelsen:
- maatregelen ter versterking van de onafhankelijkheid van de VREG
- de uitbreiding van de taken en bevoegdheden van de VREG
- het vastleggen van de doelstellingen van de VREG
- de mogelijkheid om klachten tegen een netbeheerder of beheerder van een gesloten distributienet inzake diens verplichtingen ter bemiddeling en ter beslechting van de VREG voor te leggen
- de opdracht voor de Vlaamse regering om tegen 3 september 2012 een economische evaluatie van de zogenaamd 'slimme meters' aan het Vlaams Parlement voor te leggen
- de invoering van een aanpaste definitie van een directe lijn en de herziening van de bestaande regeling inzake aanleg en beheer
- de invoering van een regeling inzake gesloten distributienetten
- de invoering van een regeling inzake privédistributienetten.